Willemijn Sneep en Joost van der Wiel , een woning uit de 19e eeuw t/m de jaren '20

Stap voor stap naar Nul-op-de-Meter

Joost en Willemijn betalen niet voor energie; de energieleverancier betaalt hen. Stap voor stap transformeerden ze hun voormalige bouwval tot een 'minder-dan-nul-op-de-meterwoning'.

'Is dit niet wat voor jullie?' Willemijn Sneep kan zich de Funda-link die haar moeder haar vorig jaar doorstuurde nog goed herinneren. Op de foto's zag ze, zoals makelaars zouden zeggen: een huis met potentie. Een twee onder één kap woning met ruim bemeten achtertuin, gelegen aan de Vroesenkade. Groen en afgelegen, maar op nog geen vijftien minuten fietsen van Rotterdam centrum. Kortom, de droom van iedere starter.  Al zag het huis er bij de eerste ontmoeting eerder uit als een nachtmerrie. 'In de kelder zat een wietplantage. Het dak was stuk en lek; open zelfs op de plek waar ooit een vallende boom een hap uit het dak had genomen. En die enorme tuin: een ondoordringbare jungle, vol manshoog onkruid, stapels bouwpuin, isolatiemateriaal en rottende gipsplaten.'

Flink aanpoten

Dat het flink aanpoten zou worden om het huis überhaupt een beetje leefbaar te maken, was dus geen verrassing. Water, elektra, zelfs een rioolaansluiting ontbrak. Maar het jonge stel besloot dit juist als een uitdaging te zien. Joost van der Wiel: „Voordeel van zo'n bouwval is wel dat je 'm direct helemaal naar je zin kunt verbouwen." Dat ze die verbouwing duurzaam zouden insteken, stond ook al vast. 'Want als je dan toch álles weer van de grond af aan moet opbouwen, dan maar meteen goed', aldus Joost die, als monteur in een garage waar ze klassieke auto's opknappen, gelukkig over een goed stel handen beschikt.

Geen CV-ketel meer nodig

En dus gingen hij en Willemijn, een freelance-journalist die op haar blog Helpikhebeenhuis.nl minutieus verslag doet van alle vorderingen, voortvarend aan de slag. De lijst aan energiebesparende maatregelen na een jaar klussen: zowel vloer-, muur- als dakisolatie, triple-glas ramen en nieuwe kozijnen en op het dak een verzameling van dertien zonnepanelen gekoppeld aan een geïsoleerde elektrische boiler. De combinatie van al die toepassingen hebben ertoe geleid dat ze geen CV-ketel meer nodig hebben om het huis te verwarmen. De zonnepanelen leveren voldoende stroom om op te koken en warm te kunnen douchen. Waar de buren maandelijks zo'n 300 euro opstoken, krijgen zij nu zelfs geld terug van de energieleverancier.

Willemijn: 'Duurzaam en slim verbouwen spaart dus niet alleen het milieu, het scheelt ook veel geld. Ons huis is nu zo goed geïsoleerd dat je de temperatuur gewoon voelt stijgen wanneer je even een pizza bakt.' Dat het stel een groot voorstander is van energiezuinig verbouwen, moge duidelijk zijn. Al hoeft het niet allemaal in één keer, zoals zij hebben
gedaan. 'Stapsgewijs kan natuurlijk ook', aldus Joost. 'Alle beetjes helpen. Toegegeven, je moet even investeren.Maar dat geld verdien je vrij snel weer terug. Met het vervangen van enkel glas door isolerend glas bespaar je jaarlijks bijvoorbeeld honderden euro's.'

Zwarte cijfers

Wat de zonnepanelen betreft, viel die investering hen overigens nog best mee. 'Per paneel waren we 250 euro kwijt. Met de omvormer erbij kwam het totaal van dertien panelen uit op zo'n 4.000 euro. Daar doe je dan wel meteen dertig jaar mee.' 'En omdat je de BTW erop kunt terugvorderen én direct bespaart op je energierekening schrijf je al gauw
zwarte cijfers. Helemaal geen slechte deal dus', aldus Willemijn.

 

Dit verhaal is geschreven door Ilja Post en verscheen in een speciale uitgave van dagblad Metro.