Een woning uit de jaren '90

Woont u in een woning die is gebouwd in de jaren '90? Dan heeft uw huis gemiddeld energielabel B of C. Lees hier wat u kunt doen om uw woning te verbeteren!

Architectonische kenmerken

Aan het begin van de jaren '90 kwam er beleid dat was gericht op het concentreren van de woningbouw rond de grotere steden en de herontwikkeling van binnenstedelijke industriële locaties zoals Kop van Zuid en de Veranda (IJsselmonde). Doelstelling was het versterken van de stad, het beschermen van de landelijke gebieden, sturen van de mobiliteit en bevorderen van doorstroming in de huizenmarkt. Door hogere bouwbudgetten ontstond meer aandacht voor bouwtechnische verfijning en een gevarieerder aanbod aan materialen en daarmee een grotere vormvrijheid voor architecten.

Voorbeelden van nieuwbouw uit de jaren negentig zijn te vinden in de wijken Prinsenland en Kop van Zuid. In de binnenstad staan appartementengebouwen uit die periode aan de Rochussenstraat en de Gedempte Zalmhaven. Hoogbouw krijgt meer ruimte met de woontorens de Hoge Heren.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • gevarieerd gevelbeeld met divers kleur- en materiaalgebruik
  • houten, aluminium en kunststof kozijnen voorzien van ventilatieroosters
  • platte daken

Bouwtechnische kenmerken

In 1996 werd de EnergiePrestatieCoëfficiënt (EPC) ingevoerd. Daarmee werden door de overheid eisen gesteld aan de energiezuinigheid en gezondheid van gebouwen. De wetgeving met een EPC-eis van 1,4 heeft ook invloed op de architectuur. Met name de isolatiedikte van de buitengevels wordt bepaald door de EPC-norm. Mechanische ventilatieafvoer wordt standaard en balansventilatie doet zijn intrede in gebieden met relatief veel geluidsoverlast of vervuilde lucht. Het bouwbesluit stelt hogere minimumeisen aan geluidsisolatie en brandwerendheid van de scheidingsconstructies.

De jaren negentig gevels zijn van metselwerk, beton en diverse plaatmaterialen als gevelafwerking. De dragende muren zijn van steen of beton en staan haaks op de gevel. Hierop ligt de horizontale constructie, de betonnen systeemvloeren van de verdiepingen en het dak. De dragende wanden staan op een betonnen fundering die op betonnen palen staat. Tussen de fundering en de geïsoleerde betonnen systeemvloer op de begane grond bevindt zich een kruipruimte, bij de appartementencomplexen soms ook een kelder met bergingen en parkeerplaatsen.

Het binnenblad van voor- en achtergevel is van kalkzandsteen, houtskelet of beton en voorzien van isolatiemateriaal zoals glaswol of steenwol, vaak 8 tot 10 cm dik. Het buitenblad is van plaatmateriaal, hout, of metselwerk, vaak zijn verschillende materialen toegepast. Gevelvullende aluminium of houten puien komen ook voor. De niet-dragende binnenwanden staan op de betonnen vloeren en zijn van gips of metal stud. Door de beschreven bouwmethodiek ontstaat in de huizen weinig geluidsoverlast, zowel van buiten naar binnen als tussen de woningen onderling.

De kozijnen zijn van hardhout, soms kunststof of aluminium, voorzien van dubbel glas. In de kozijnen zijn ventilatieroosters opgenomen en/of bovenlichten met klepramen en de ventilatie binnen het huis wordt meestal mechanisch afgezogen.

De schuine daken zijn in de grondgebonden woningbouw van hout en voorzien van isolatie. Ook de dakkapellen uit deze tijd zijn geïsoleerd. De geïsoleerde platte daken van de appartementencomplexen zijn van beton en voorzien van een bitumen dakbedekking.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • dragende woningscheidende wanden van beton
  • voor- en achtergevel van houtskeletbouwelementen of kalkzandsteen binnenblad
  • buitengevels hebben een spouw en zijn goed geïsoleerd
  • kozijnen zijn meestal van hardhout, soms ook van kunststof of aluminium
  • voorzien van dubbel glas, soms al gasgevuld
  • betonnen systeemvloeren, de begane grondvloer is redelijk tot goed geïsoleerd
  • gefundeerd op betonnen paalconstructie
  • niet dragende binnenwanden van gipsblokken of metal stud
  • zowel platte als schuine, goed geïsoleerde daken

Kansen voor energiebesparing

Vloeren, gevels en daken

Wilt u minder energie verspillen? Begin dan met het isoleren van de bouwdelen die het minst goed geïsoleerd zijn: het dubbel glas en de begane grond naar de kruipruimte. Voor het verbeteren van het isolerend vermogen van de ramen kunt u de bestaande ruiten vervangen door HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen plaatsen. De beganegrondvloer kunt u vanuit de kruipruimte isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten (minimale Rc-waarde van 5). De kruipruimte moet daarvoor droog zijn en zo nodig eerst worden voorzien van een bodemafsluiting: folie, zand of schelpen op de bodem van de kruipruimte, waardoor vochtproblemen en stankoverlast worden verholpen.

Omdat de gevels en daken steeds beter geïsoleerd werden sinds de invoering van de EPC-norm en het bouwbesluit, levert het na-isoleren in de meeste gevallen niet direct een grote besparing op. Wanneer de bitumenlaag op het dak aan vervanging toe is, kunt u de isolatielaag aanvullen met een extra laag isolatie (minimale Rc-waarde van 6,5). Let daarbij op de hoogte van de dakopstand en de afwatering van het dak. Pannendaken met dakbeschot kunnen aanvullend van binnen geïsoleerd worden met isolatiedekens of hardschuimplaten. Wanneer de buitengevel aan vervanging toe is, kunt u overwegen deze te voorzien van een nieuw buitenspouwblad met hoogwaardiger isolatie (minimale Rc-waarde van 5). Dit geeft naast de energiebesparing ook een nieuw uiterlijk. Controleer daarvoor de bouwregels van de gemeente en het huishoudelijk reglement als uw huis onderdeel is van een VvE.

Energie

Installatietechnische maatregelen voor verduurzaming zijn afhankelijk van het huishouden en de ligging van het gebouw. Voor zonnepanelen en zonnecollectoren is een goede oriëntatie van het dak ten opzichte van de zon nodig met niet teveel schaduw van schoorstenen en bomen. Voor verwarmingstoestellen zoals (collectieve) hoogrendementsketels uit deze jaren geldt dat ze een hoger rendement hebben maar na 15 jaar is de vervanging voor HR-ketels aan te raden. Als u verder wilt gaan met besparen kunt u mogelijk voor een nog duurzamere installatie kiezen zoals een HRe-ketel of een hybride warmtepomp.

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • dubbel glas vervangen voor HR++ of HR+++ glas
  • ventilatieroosters vervangen voor winddrukgeregelde roosters
  • het beter isoleren van betonnen vloer en het toepassen bodemisolatie
  • het dak van binnen na-isoleren
  • het plaatsen van zonnepanelen op het dak voor elektriciteit
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater (en verwarming – in combinatie met lage temperatuurverwarming, LTV)
  • het vervangen van oude verwarmingstoestellen voor een moderne zuinige HR107-ketel of verdergaande duurzame installatiesystemen
  • het verduurzamen van uw woning door bouwkundige maatregelen te nemen die de luchtdichtheid van het gebouw verbeteren. Het is daarbij noodzakelijk goed te blijven ventileren om schimmel in de ruimte te voorkomen
  • kierdichting in combinatie met toepassen mechanische ventilatie.
  • de buitengevel vervangen door beter geïsoleerd exemplaar.

De invoering van de EPC-norm heeft al gezorgd voor meer maatregelen in de woningen ter bevordering van een lager energieverbruik. Uiteindelijk is de invloed van de bewoner wat betreft energieverbruik echter nog steeds heel groot.

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.