ACTIE
Woning van voor 1990?

Vraag een Energieadvies Eigen Woning aan!

Meer informatie

Een woning uit de jaren '80

Woont u in een woning die is gebouwd in de jaren '80? Dan heeft uw huis gemiddeld energielabel D. Lees hier wat u kunt doen om energie te besparen en uw energielabel te verbeteren!

Architectonische kenmerken

Gedurende de jaren tachtig blijft de vraag naar woonruimte groot. Ook komt er meer aandacht voor het verbeteren van de woonkwaliteit in de oude binnensteden. Als reactie daarop kenmerkt zich de architectuur in Rotterdam in de jaren tachtig door stadsvernieuwing. In de oude wijken worden woningen gerenoveerd en uitgebreid, maar er wordt ook veel vervangende nieuwbouw gepleegd. Voorbeelden zijn de appartementengebouwen aan de Gouvernestraat, aan het Schouwburgplein en aan Rosestraat (Peperklip) en de Hillekopstraat. Op het drinkwaterleidingterrein (DWL) in De Esch werd een mix van appartementencomplexen en experimentele eengezinshuizen gebouwd.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • gevels van licht metselwerk, kalkzandsteen en later ook verschillende plaatmaterialen, tegels, hout en stuc, vaak gecombineerd toegepast
  • lichte baksteenkleuren, geel en beige
  • kozijnen, hekwerken en gevels in opvallende kleuren geschilderd
  • schuine daken met lage dakrand of platte daken
  • houten of kunststof kozijnen
  • de beukmaat – de breedte van de woningplattegrond – wordt smaller en dieper
  • betonnen elementen als accent in de gevel

Bouwtechnische kenmerken

De jaren tachtig-gevels zijn van metselwerk, beton en diverse plaatmaterialen als gevelafwerking. De dragende muren zijn van steen of beton en staan haaks op de gevel. Hierop ligt de horizontale constructie, de betonnen systeemvloeren van de verdiepingen en het dak. De dragende wanden staan op een betonnen fundering die op betonnen palen staat. Tussen de fundering en de geïsoleerde betonnen systeemvloer op de begane grond bevindt zich een kruipruimte, bij de appartementencomplexen soms ook een kelder met bergingen en parkeerplaatsen.

Het binnenblad van voor- en achtergevel is van kalkzandsteen of beton en vaak voorzien van isolatiemateriaal zoals glaswol of steenwol, meestal6 cm dik. Het buitenblad is van plaatmateriaal, hout, of metselwerk, in veel gevallen zijn verschillende materialen toegepast. Soms wordt ook stuc op isolatieschuimplaten geplaatst. Gevelvullende aluminium of houten puien komen ook voor. De niet dragende binnenwanden staan op de betonnen vloeren en zijn van gips. Door de beschreven bouwmethodiek ontstaat in de huizen steeds minder geluidsoverlast, zowel van buiten naar binnen als tussen de woningen onderling.

De kozijnen zijn van hardhout, soms kunststof of aluminium, en voorzien van dubbel glas. In de kozijnen zijn eenvoudige ventilatieroosters opgenomen of bovenlichten met klepramen. De ventilatie binnen het huis is door schachten met natuurlijke trek geregeld; in sommige woningen werd al mechanisch afgezogen.

De daken zijn in de grondgebonden woningbouw van hout en voorzien van isolatie. Ook de dakkapellen uit deze tijd zijn geïsoleerd. De geïsoleerde platte daken van de appartementencomplexen zijn van beton en voorzien van een bitumen dakbedekking.

Deze omschrijving gaat uit van de standaard, zoals er destijds gebouwd werd. Alle aanpassingen in de loop van de tijd kunnen van invloed zijn op het advies.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • dragende woningscheidende wanden van beton
  • voor- en achtergevel van houtskeletbouwelementen of kalkzandsteen binnenblad
  • buitengevels hebben een spouw en zijn redelijk geïsoleerd
  • kozijnen zijn meestal van hardhout, soms ook van kunststof of aluminium
  • voorzien van dubbel glas in de woonvertrekken
  • betonnen systeemvloeren, de begane grondvloer is matig geïsoleerd
  • gefundeerd op betonnen paalconstructie
  • niet-dragende binnenwanden van gipsblokken
  • zowel platte als schuine, redelijk goed geïsoleerde daken

 

Kansen voor energiebesparing

Vloeren, gevels en daken

Als eerste maatregel kunt u de bouwdelen aanpakken, die het minst goed geïsoleerd zijn: het (dubbel) glas en de begane grond naar de kruipruimte. Voor het verbeteren van het isolerend vermogen van de ramen kunt u de bestaande ruiten vervangen door HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen plaatsen. De begane grondvloer kunt u vanuit de kruipruimte isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten (minimale Rc-waarde van 5). De kruipruimte moet daarvoor droog zijn en zo nodig eerst worden voorzien van een bodemafsluiting: folie, zand of schelpen op de bodem van de kruipruimte. Hierdoor worden vochtproblemen en stankoverlast verholpen.

Omdat de gevels en daken steeds beter geïsoleerd werden sinds de energiecrisis, levert het na-isoleren in de meeste gevallen niet direct een grote besparing op. Wanneer de bitumenlaag op het dak aan vervanging toe is, kunt u de isolatielaag aanvullen met een extra laag isolatie (minimale Rc-waarde van 6,5). Let daarbij op de hoogte van de dakopstand en de afwatering van het dak. Pannendaken met dakbeschot kunnen aanvullend van binnen geïsoleerd worden met isolatiedekens of hardschuimplaten. Wanneer de buitengevel aan vervanging toe is, kunt u overwegen deze te voorzien van een nieuw buitenspouwblad met hoogwaardiger isolatie (minimale Rc-waarde van 5). Dit geeft naast de energiebesparing ook een nieuw uiterlijk. Check daarvoor de bouwregels van de gemeente en het huishoudelijk reglement als uw huis onderdeel is van een VvE.

Energie

Installatietechnische maatregelen voor verduurzaming zijn afhankelijk van het huishouden en de ligging van het gebouw. Voor zonnepanelen en zonnecollectoren is een goede oriëntatie van het dak ten opzichte van de zon nodig zonder schaduw van schoorstenen en bomen. Voor verwarmingstoestellen zoals (collectieve) hoogrendementsketels uit deze jaren geldt dat ze een hoger rendement hebben. Na 15 jaar is de vervanging voor HR-ketel aan te raden. Als u nog meer wilt met besparen, kunt u mogelijk voor een nog duurzamere installatie kiezen zoals een HRe-ketel of een hybride warmtepomp.

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • het vervangen van dubbel glas voor HR++ of HR+++ glas
  • het vervangen van ventilatieroosters voor winddrukgeregelde roosters
  • het (na-)isoleren van:
    - de betonnen vloer van de kruipruimte en toepassen bodemisolatie
    - het dak van binnenuit
  • het vervangen van de buitengevel door een beter geïsoleerd buitenblad
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater (en verwarming – in combinatie met lage temperatuurverwarming, LTV)
  • het vervangen van oude verwarmingstoestellen voor een moderne zuinige HR107-ketel of verdergaande duurzame installatiesystemen
  • het verduurzamen van uw woning door bouwkundige maatregelen te nemen die de luchtdichtheid van het gebouw verbeteren. Het is daarbij noodzakelijk goed te blijven ventileren om schimmel in de ruimte te voorkomen
  • kierdichting in combinatie met het toepassen mechanische ventilatie. Wanneer u al een mechanische ventilatieafvoer heeft dan kunt u deze energiezuiniger maken door middel van een vraaggestuurd systeem(sensoren bepalen dan hoeveel lucht aan- en afgevoerd moet worden.

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.