Een woning uit de jaren '30

Woont u in een huis dat is gebouwd in de jaren '30? Dan heeft uw huis gemiddeld energielabel G. Lees hier wat u kunt doen om energie te besparen en uw energielabel te verbeteren!

Architectonische kenmerken

De economische groei in Rotterdam begin van de twintigste eeuw had een grote stadsuitbreiding ten gevolg. In de jaren dertig werden veel woningen gebouwd. Bergpolder en Blijdorp zijn voorbeelden van wijken voor de middenklasse in het westelijke deel van Delfshaven. In Rotterdam-Zuid verrees huisvesting voor arbeiders. Kenmerkend voor de wijken is een gesloten blokbebouwing met portiekontsluiting. Soms werd ook strookverkaveling toegepast. Dat wil zeggen dat woningen op een strookvormig perceel zijn geplaatst. De bebouwing is, afhankelijk van de breedte van de straat, tussen de drie en vijf verdiepingen hoog.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • metselwerk-gevel met diepliggende voegen, fraaie details en grote gevelopeningen
  • horizontale details als dakoverstekken, boeiborden en stenen afdekkers
  • een schuine kap of plat dak, al dan niet met een opgemetselde dakrand
  • (schuif-)ramen met bovenlichten van glas-in-lood
  • portiek-entrees
  • doorzonwoningen met binnentrap naar (gedeelde) bovenverdieping
  • plafonds met sierelementen
  • Terrazzo vloeren en betegelde wanden in gangen, toilet en badkamer
  • En suite-deuren als flexibele scheiding binnen de woningen

Bouwtechnische kenmerken

Gebouwen uit de jaren dertig zijn van metselwerk, hout en staal. De dragende muren zijn van steen en staan haaks op de gevel. Hierop ligt de horizontale constructie, de houten en soms ook betonnen balklagen van de verdiepingen en het dak. De balklaag wordt plaatselijk constructief versterkt door stalen balken om het gewicht van een stalen hijsbalk of erker te kunnen dragen. Soms is staal onderdeel van de hoofddraagconstructie. De dragende wanden staan op een gemetselde of betonnen fundering die op houten palen staat. Tussen fundering en de houten balklaag bevindt zich een kruipruimte of kelder. De houten balklaag wordt aan de bovenkant afgewerkt met een houten vloer en aan de onderkant met een gestuukt rieten plafond. De holle ruimte tussen de balken is niet opgevuld. De gemetselde voor- en achtergevel zonder spouw staat op de fundering en is zelfdragend. De (schuif)ramen zijn soms constructief waardoor zij forse profielen hebben en diep terug liggen ten opzichte van de gevel. Niet-dragende binnenwanden van schuimbeton maar ook woningscheidende wanden staan op de houten vloer en worden opgemetseld tot tussen de houten balklaag.

Door de beschreven bouwmethodiek ontstaat in de huizen geluidsoverlast. Door de buitengevel zonder spouw te bouwen is vochtdoorslag door de muren mogelijk. De slechte luchtdichtheid van de gebouwen ontstaat door metselwerkvoegen van lage kwaliteit maar ook door ontbrekende kierdichting tussen gevel en kozijnen.

Deze omschrijving gaat uit van de standaard, zoals er destijds gebouwd werd. Alle aanpassingen in de loop van de tijd kunnen van invloed zijn op het advies.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • dragende wanden van kalkzandsteen of baksteen, niet ontkoppeld (gedilateerd)
  • toepassing van stalen constructie in vloeren en gevels zijn koudebruggen en vergen regelmatig onderhoud tegen roestvorming
  • gemetselde buitengevel zonder spouw, gevoelig voor vochtdoorslag en tocht
  • gefundeerd op houten palen, gevaar van houtrot bij verandering waterpeil
  • houten vloeren, opgelegd in de muur, problemen met contactgeluid
  • binnenwanden en woningscheidende wanden van schuimbeton staan op de houten vloer
  • interne woningtrappen (naar gedeelde bovenverdieping)
  • bij sommige woningtypes geen stalen latei bij gevelopeningen omdat de originele kozijnen dragend waren

Kansen voor energiebesparing

Vloeren, gevels en daken

Om de warmtevraag te verlagen kunt u als eerste maatregel de bouwdelen isoleren die in contact staan met de buitenlucht, de buitengevel, het dak en de begane grond naar de kruipruimte of de kelder. De buitengevel wordt van binnen met isolatiedekens of hardschuimplaten geïsoleerd. De begane grond vloer kunt u vanuit de kruipruimte isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten. De kruipruimte moet daarvoor droog zijn en zo nodig eerst worden voorzien van een bodemafsluiting: folie, zand of schelpen op de bodem van de kruipruimte, waardoor vochtproblemen en stankoverlast worden verholpen.

Daken met een bitumenlaag kunt u bij voorkeur van buiten isoleren om condensvorming te voorkomen. Pannendaken met dakbeschot kunnen van binnen geïsoleerd worden met isolatiedekens of hardschuimplaten. Als de zolderverdieping niet in gebruik is, kan op de zoldervloer zogenoemde beloopbare isolatie gelegd worden: isolerend materiaal waar overheen gelopen kan worden. Ook kunt u de ruimte tussen de balken vullen met isolatie.

Ramen

De kozijnen met glas-in-lood zijn sfeerbepalend voor het huis maar zijn door slecht onderhoud en enkel glas vaak ook grote warmtelekken. Als de kozijnen sterk en de sponningen diep genoeg zijn, kunt u enkel glas vervangen door HR++ of HR+++ glas. De glas-in-lood ramen kunt u laten plaatsen in dubbel glas waardoor u deze sfeerbepalende elementen kunt behouden. Ook kunt u bij glas-in-lood gebruikmaken van achterzetramen. Indien het kozijn het HR++ glas niet kan dragen, kunt u de kozijnen vervangen of overwegen om te kiezen voor 'monumentenglas': speciaal glas dat dun is en toch goed isoleert.

Energie

Installatietechnische maatregelen voor energiebesparing zijn afhankelijk van het huishouden en de ligging van het gebouw. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen: hiervoor is een goede ligging van het dak ten opzichte van de zon nodig met niet teveel schaduw van schoorstenen en bomen. Oude verwarmingstoestellen, zoals een moederhard, gaskachel of een VR-ketel, hebben een laag rendement en verspillen daardoor veel energie. CV-ketels hebben een hoger rendement maar na 15 jaar is de vervanging voor een hoogrendementsketel aan te raden. Houd er wel rekening mee dat er een dubbelwandig kanaal nodig is voor rookafvoer en luchtaanvoer. Dit kan vaak getrokken worden in een bestaand rookkanaal. Als u verder wilt gaan met besparen kunt u mogelijk voor een nog duurzamere installatie, zoals een HRe-ketel of een hybride warmtepomp kiezen. (Zie ook informatie over verwarmingstoestellen).

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • het isoleren van:
    - de buitengevel van binnenuit met een voorzetwand
    - het dak van binnenuit
    - de vloer van de vliering
    - de houten balklaag. Let daarbij op houten balkkoppen in de gevel, waar door temperatuurverschil condensatie kan optreden met houtrot tot gevolg!
    - de kruipruimte en de houten balklaag door bodemisolatie toe te passen
    - glas-in-lood door het plaatsen van een achterzetraam of glas-in-lood in dubbel glas
  • het plaatsen van HR++ of HR+++ glas, monumentenglas of nieuwe kozijnen
  • het plaatsen van zonnepanelen op het dak voor elektriciteit
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater (en verwarming – in combinatie met lage temperatuurverwarming, LTV)
  • het vervangen van oude verwarmingstoestellen voor een moderne zuinige HR107-ketel of verdergaande duurzame installatiesystemen
  • het verduurzamen van uw woning door bouwkundige maatregelen te nemen die de luchtdichtheid van het gebouw verbeteren. Het is daarbij noodzakelijk goed te blijven ventileren om schimmel in de ruimte te voorkomen.

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.

Let op: woont u in een monument of huis dat deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht? Dan mag u niet zomaar allerlei aanpassingen aan uw huis doen. Lees hier meer over hoe u weet dat uw huis hieronder valt en wat u kunt doen.