Een woning uit de jaren 2000 tot nu

Woont u in een woning die is gebouwd in de jaren 2000 tot nu? Dan heeft uw huis gemiddeld al energielabel A of B. Lees hier wat u kunt doen om nóg meer energie te besparen!

Architectonische kenmerken

Het in de jaren negentig ingevoerde beleid werd verder uitgevoerd op basis van het VINEX-programma (Vierde Nota Ruimtelijke ordening Extra). Het beleid van de nota was gericht op woningbouw rond de grotere steden met uitbreidingslocaties zoals Nesselande en het herontwikkelen van binnenstedelijke (industriële) locaties zoals Katendrecht, de Wilhelminapier en de Mullerpier. Nesselande werd gebouwd als grote uitbreiding in het oosten van de stad met veel aandacht voor groen en afwisseling in aanbod van woningen met laag- en hoogbouw. De woningbouw op Katendrecht verving deels de oude woonwijk. Katendrecht begon met pioniers die zelf hun woning mochten bouwen en vormgeven. In deze eeuw kwam daar meer projectmatige woningbouw bij. Daarnaast werd veel geïnvesteerd in de zorgvuldige restauratie van vroeg twintigste-eeuwse woningbouw op het Noordereiland, in Bospolder en in Spangen. In Spangen kwam het voorbeeldige eerste Klushuizenproject tot stand, De Dichterlijke Vrijheid. De vraag naar vertrouwd aandoende, traditionele architectuur werd zichtbaar in de woningbouw van Bob van Reeth op het Noordereiland en het appartementengebouw aan de Boezemkade van Molenaar & Van Winden.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • baksteen gevels met een grote variatie aan stenen, kleuren en voegen
  • strakke lijnen, maar ook expressieve architectuur
  • het gebruik van prefab gevelelementen
  • het gebruik van natuurlijke materialen (natuursteen, hout) in combinatie met glas en staal
  • veel aandacht voor de kwaliteit van de buitenkant
  • houten, aluminium of kunststof kozijnen in kleur
  • grote raamopeningen
  • overwegend platte daken en soms ook hellende daken in retrostijl

Bouwtechnische kenmerken

Begin van de eenentwintigste eeuw is standaardisatie de norm in de woningbouw. De dragende hoofdconstructie van wanden en vloeren is van beton en al dan niet geprefabriceerd. De wanden staan op een betonnen fundering die wederom op betonnen palen staat. De systeemvloer op de begane grond is geïsoleerd. De niet-dragende voor- en achtergevel wordt uitgevoerd als geprefabriceerde houtskeletbouwelement met een spouw en een gevelbekleding. De dikte van de gevel wordt daarbij door de eisen van de EPC bepaald, die verder is aangescherpt. Het betonnen dak is geïsoleerd en voorzien van een bitumen dakbedekking. De ramen zijn van hout, aluminium of kunststof en voorzien van HR+ glas. Ventilatieroosters zijn standaard opgenomen in de gevel en de ventilatie wordt mechanisch gestuurd. De verwarming door middel van individuele ketels is gasgestookt, waar mogelijk worden de wijken op stadsverwarming aangesloten. Inmiddels ontstaan de eerste wijken die niet meer op een verwarmingsnet worden aangesloten maar een duurzame lokale oplossing zoeken, al dan niet collectief.

Deze omschrijving gaat uit van de standaard, zoals er destijds gebouwd werd. Alle aanpassingen in de loop van de tijd kunnen van invloed zijn op het advies.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • houten, kunststof of aluminium kozijnen en deuren met HR+ glas
  • de buitenmuren zijn goed geïsoleerd
  • aandacht voor beperking luchtdoorlatendheid en warmteverlies door tocht
  • dragende wanden en vloeren van beton
  • de ventilatie meestal (gedeeltelijk) mechanisch uitgevoerd om aan de ventilatie eisen van het bouwbesluit te voldoen
  • de kruipruimte is goed geïsoleerd
  • goed geïsoleerde schuine of platte daken,
  • steeds vaker worden warmtepompen voor verwarming en warm tapwater gebruikt
  • nieuwe wijken worden steeds vaker zonder gasnetwerk aangelegd en aangesloten op stadsverwarming

Kansen voor energiebesparing

De woningen uit het eerste decennium van deze eeuw zijn al behoorlijk energiezuinig gebouwd. Maatregelen zoals extra isolatie om de energiezuinigheid van de woning te verbeteren hebben daardoor een relatief klein effect. Het aanpassen of uitbreiden van de installaties naar een duurzamere alternatief is wel te overwegen.

Verder is het belangrijk om uw eigen gedrag te onderzoeken als u energie wilt besparen. Gebleken is dat oudere woningen soms een lagere energierekening per vierkante meter woonoppervlak hebben dan de nieuwe, energiezuinig gebouwde woningen. Door het gebruik van meer techniek in huis en bijvoorbeeld mechanische ventilatie gaat de energierekening in verhouding omhoog.

Energie

Installatietechnische maatregelen voor verduurzaming zijn afhankelijk van het huishouden en de ligging van het gebouw. Voor zonnepanelen en zonnecollectoren is een goede oriëntatie van het dak ten opzichte van de zon nodig met niet teveel schaduw van schoorstenen en bomen. Huizen van begin eenentwintigste eeuw zijn standaard gasgestookt door middel van een individueel hoogrendementsketel (HR107). Als u verder wilt gaan met besparen kunt u voor een nog duurzamere installatie kiezen zoals een HRe-ketel of een hybride warmtepomp, al dan niet gecombineerd met zonnepanelen en zonnecollectoren en overgaan op lagetemperatuurverwarming (LTV). Als u uw huis goed hebt geïsoleerd en de kierdichting goed is, is het wellicht mogelijk een (collectief) warmtepompsysteem met een bodembron te installeren. Deze installaties kunnen bijdragen aan een duurzamere woning die minder afhankelijk is van energievoorziening en verwarming met behulp van bronnen van buitenaf.

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • het toepassen van Lage TemperatuurVerwarming (LTV)
  • het toepassen van ventilatie met zowel WTW (warmteterugwinning) als CO2-gestuurd
  • het plaatsen van zonnepanelen op het dak voor elektriciteit
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater
  • het installeren van een hybride warmtepomp, HRe-ketel of (collectieve) warmtepomp

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.