Een appartement uit de jaren '60 en '70

Woont u in een appartement dat is gebouwd in de jaren '60 en '70? Dan heeft uw huis gemiddeld energielabel E of D. Lees hier wat u kunt doen om energie te besparen en uw energielabel te verbeteren!

Architectonische kenmerken

In de jaren zestig en zeventig trachtte de gemeente Rotterdam het enorme naoorlogse woningtekort terug te dringen. Daarom moesten wijken als Ommoord, Zevenkamp, Zuidwijk, Lombardijen snel en kostenefficiënt worden gebouwd. Dankzij verregaande industrialisatie en standaardisatie van de woningbouw was dit ook mogelijk. Flats van verschillende hoogte, ruim opgezet in een groene omgeving, met een vergelijkbaar, eenvormig uiterlijk verrezen. De complexen hebben minimaal een lift en drie-, vier- of vijf-kamerappartementen met een entree via een galerij.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • woningen met veel daglicht en uitzicht
  • entree via een gemeenschappelijk lift- en trappenhuis en galerij
  • galerijen met daaraan gelegen slaapruimte en keuken
  • een betonnen draagstructuur in combinatie met opgemetselde gevel van standaard baksteen
  • sobere bakstenen kopgevels met nadruk op horizontaliteit door betonbanden
  • balkons en galerijen zijn vaak zichtbaar opgelegd op betonnen consoles
  • de onderbouw is vaak uitgevoerd als algemene ruimte met garages, bergingen en entrees
  • platte daken

Bouwtechnische kenmerken

De galerijflats uit de jaren zestig en zeventig zijn gebouwd met een betonnen draagstructuur waarbij kolommen met balken de vloerconstructie dragen. De kolommen staan op een betonnen fundering. In het begin zijn de vloeren nog als holle baksteen uitgevoerd; later werden hier gewapende betonnen vloeren toegepast. Door de ontbrekende ontkoppeling van de bouwdelen is er sprake van geluidsoverlast. De begane grond is onverwarmd en kent algemene functies voor het complex. Het plafond naar de woonverdieping is niet geïsoleerd en vormt daardoor een warmtelek.

De kopgevels zijn van beton met een opgemetseld buitenblad met spouw. De vaak zichtbare horizontale sierbanden in de kopgevels zijn van beton en aan de vloerdelen gestort; evenals de consoles waarop de balkons en de galerijvloeren liggen. Deze constructieve koppelingen zijn warmtelekken. De niet-dragende binnenwanden staan op de betonnen vloer.

De niet-dragende voor- en achtergevel werden gemetseld, veelal met spouw en voorzien van grote raampartijen bij de woonruimte en kleine raampartijen aan de galerijzijde van de woning. De houten kozijnen hebben vaste en draaiende delen, dubbel glas is vanaf de jaren zeventig standaard in leefruimtes, enkel glas in de andere ruimtes. Soms werd in vaste ramen dubbel glas gebruikt en in draaiende delen enkel glas.

Het dak van het complex is meestal voorzien van een dunne isolatielaag en een bitumen dakbedekking.

Door de vondst van aardgas in Nederland is er in de jaren zestig en zeventig op grote schaal een gasinfrastructuur aangelegd. De flats uit deze periode hebben vaak een centrale gasgestookte verwarmingsketel in een ketelhuis met soms een aparte warmwaterboiler.

De ventilatie-installatie bestaat uit 'natuurlijke' ventilatie. Verse lucht komt binnen via kieren en roosters in deuren en ramen en wordt afgevoerd via een ventilatiekanaal door middel van natuurlijke trek.

Deze omschrijving gaat uit van de standaard, zoals er destijds gebouwd werd. Alle aanpassingen in de loop van de tijd kunnen van invloed zijn op het advies.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • hoofddraagconstructie uitgevoerd als beton skelet
  • kopgevels en woningscheidende wanden van beton of steen
  • de voor- en achterpui van de appartementen bestaan uit een raampartij en een borstwering van beton, steen of hout. Soms wordt ook een ander plaatmateriaal gebruikt. Ook hiervoor geldt dat er vanaf 1974 matige isolatie werd toegepast
  • houten kozijnen met vaste delen met dubbel glas en draaiende delen met enkel glas
  • de daken van de flats zijn platte daken met een bitumen dakbedekking. Vanaf 1975 wordt er matige isolatie toegepast
  • onverwarmde en niet-geïsoleerde plint veroorzaakt een warmtelek voor woningen op de eerste verdieping
  • vloeren van holle baksteen systemen of niet-ontkoppeld gewapend beton veroorzaken contactgeluid tussen de verdiepingen
  • de niet-ontkoppelde constructieve verbindingen als betonnen gevelbanden, consoles en galerijdelen vormen een koudebrug (warmtelek) in de overgang van binnen naar buiten
  • collectieve verwarmingssystemen in een of meerder ketelhuizen, al dan niet aangevuld door decentrale boilers voor warm water
  • natuurlijke ventilatie door natuurlijke trek vaak al aangevuld door mechanische afzuigsystemen


Kansen voor energiebesparing

Vloeren, gevels en daken

Om de warmtevraag te verlagen, kunt u als eerste maatregel de bouwdelen die in contact staan met de buitenlucht of de grond (beter) isoleren. De buitengevel en de gevels van de trappenhuizen kunt u isoleren door de spouwmuur na te isoleren. Om de gevel echt goed te isoleren is dit niet voldoende. U kunt deze gevels verder isoleren door aan de woningzijde een voorzetwand met isolatiemateriaal te plaatsen. Maar beter is om de gevel aan de buitenzijde te voorzien van een extra laag isolatiemateriaal. Dan is er ook nieuwe gevelafwerking nodig. Een veelgebruikte combinatie is een na-isolatie van hardschuim platen met dunne baksteenstrips. Hiermee is het mogelijk om het oorspronkelijke uiterlijk van het gebouw te handhaven. Een andere mogelijkheid is het gehele buitenblad te vervangen en een nieuwe buitengevel met voldoende isolatie te plaatsen. Dit geeft naast de energiebesparing ook een nieuw uiterlijk van het complex. Indien de voor- en achtergevel uit een borstwering met kozijnen en ramen bestaat kunt u deze ook in één keer vervangen.

Na-isoleren van de consoles is een mogelijkheid de koudebrug tussen buiten en binnen te verkleinen. Voor het isoleren van de vloer is vooral de vloer van de eerste verdieping van belang, de scheiding tussen de bergingen en de onderste woningen. U kunt het plafond van de bergingen isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten.

Als de bitumenlaag van het dak aan vervanging toe is, kunt u het dak isoleren. Als de bitumenlaag nog niet aan vervanging toe is, is het ook mogelijk isolatie op de dakbedekking te plaatsen.

Ramen

Voor het verbeteren van het isolerend vermogen van de ramen kunt u de bestaande ruiten vervangen door HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen plaatsen.

Dit kan worden aangevuld door de balkons of de galerijen te voorzien van een glazen pui. Dit verhoogt naast de isolatie ook het comfort en het gebruiksgemak van het gebouw.

Energie

Om in de resterende warmtevraag aan verwarming en warm tapwater te voorzien, is een ketel nodig. Afhankelijk van de huidige situatie en de wensen kunt u individuele of een collectieve HR107-ketel installeren. Voor de individuele oplossing moet het dubbelwandig rookkanaal (voor rookafvoer en luchtaanvoer) beschikbaar zijn of gemaakt worden. Voor warm tapwater kunt u denken aan een collectief zonneboilersysteem met individuele elektrische boilers. Een aansluiting op stadsverwarming is een andere optie. Stadsverwarming heeft afhankelijk van de bronnen een lagere CO2-uitstoot dan een HR-ketel.

Als u veel maatregelen heeft genomen om te isoleren is het wellicht mogelijk een collectief warmtepompsysteem met een bodembron te installeren.

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • het (na-)isoleren van:
    - de buitengevel van binnenuit met spouwisolatie of een nieuwe buitengevel
    - het plafond onderbouw (vloer eerste woonlaag)
    - het bitumen dak bij vervanging van de dakbedekking
    - consoles
    - warmwater transportleidingen
  • het plaatsen van HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen
  • het verglazen van balkons waardoor de isolatie verbetert en het wooncomfort toeneemt
  • het plaatsen van zonnepanelen – individueel of collectief – op het dak voor elektriciteit
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater (en verwarming – in combinatie met lage temperatuurverwarming, LTV)
  • het vervangen van oude verwarmingstoestellen voor een moderne zuinige HR107-ketel of verdergaande duurzame installatiesystemen zoals een (lucht-) warmtepompsysteem. Houd daarbij rekening met de juiste kanalen voor aan- en afvoer van lucht en rookgas
  • het verduurzamen van uw woning door bouwkundige maatregelen te nemen die de luchtdichtheid van het gebouw verbeteren. Het is daarbij noodzakelijk goed te blijven ventileren om schimmel in de ruimte te voorkomen. Het plaatsen van luchttoevoerroosters in de kozijnen is noodzakelijk, uitgebreid door een collectief en bij voorkeur vocht- en/of CO2- gestuurd ventilatiesysteem.

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.