Een appartement uit de jaren '50

Woont u in een appartement dat is gebouwd in de jaren '50? Dan heeft uw huis gemiddeld een energielabel G. Lees hier wat u kunt doen om energie te besparen en uw energielabel te verbeteren!

Architectonische kenmerken

In de jaren vijftig was de woningnood groot in Rotterdam. Dit maakte een snelle productie van woningen noodzakelijk waardoor in deze periode meer gelet werd op kwantiteit dan op kwaliteit. De ontstane woningnood werd teruggedrongen door de bouw van nieuwe stadsuitbreidingen, ook binnen het centrum verrees woningbouw.

Voorbeelden voor binnenstedelijke bebouwing in Rotterdam zijn delen van de Hoogstraat, de Jonker Fransstraat, de Mariniersweg en de Schiedamsedijk en de Gerdesiaweg. De appartementengebouwen zijn opgezet als blokbebouwing met een onderbouw van winkels en/of bergingen en een blok-doorsnijdende aanleverstraat voor de winkels.

Buiten het centrum van Rotterdam werden in de jaren vijftig nieuwe uitbreidingswijken aangelegd. Voorbeelden daarvan zijn de wijken Pendrecht, Lombardije en Zuidwijk, in het zuiden van de stad. De wijken zijn opgezet vanuit de tuinstadgedachte met veel aandacht voor ruimte en groen. In Pendrecht is de wijk consequent met de wijkgedachte ontworpen. Een 'stempel' van verschillende woningtypes werden rond een collectieve openbare ruimte gegroepeerd. Deze stempel van meerdere portiekflats en eengezinshuizen werden door de hele wijk neergezet. Alle belangrijke sociale en culturele voorzieningen bevinden zich rond een centraal plein. Voorbeelden van portiekflats in Pendrecht zijn de Melissantstraat, zuidelijk van de Slinge en de Stellendamstraat noordelijk van de Slinge.

In deze bouwperiode zijn de architectonische kenmerken:

  • metselwerkgevel met karakteristieke details op de kopgevel of boven ingangen van betonsteen, natuursteen of geglazuurde tegels
  • verticale benadrukking van de trappenhuizen door sierelementen of glas
  • benadrukken van balkons door sierhekwerken op betonnen omkadering
  • veel aandacht voor goede plattegronden met 2, 3 en 4-kamerappartementen
  • twee tot drie woonverdiepingen op een halfopen- of gemeenschappelijke onderbouw met ruimte voor bergingen of winkelruimte
  • platte daken en minder vaak schuine kap
  • Granito vloeren in de keukens en badkamers

Bouwtechnische kenmerken

De portiekflats zijn gebouwd in een tijd van grote schaarste. De kwaliteit van de gebouwen is dan ook, zeker in het begin van de jaren vijftig, als matig te beschouwen. De gebouwen zijn in het begin nog traditioneel vervaardigd van metselwerk en houten vloeren met slechte bouwfysische eigenschappen. Vrij snel worden stenen verdiepingsvloeren van holle bakstenen toegepast en de gevel wordt met een spouw gemetseld. Ook vloeren van lichtgewicht betonbroodjes, met minimale wapening en aanstorting met beton komen regelmatig voor. In de vervolgjaren is de bouwmethodiek doorontwikkeld naar een betere kwaliteit. De dragende muren zijn opgemetseld van holle, licht betonnen blokken die uitgegoten worden met beton. De vloeren zijn van gewapend beton. De zelfdragende buitengevel is opgemetseld met een spouw. De dragende constructie staat op de betonnen funderingsbalken met houten of betonnen palen.

De houten kozijnen hebben vaste en draaiende delen met enkel glas. De niet-dragende binnenwanden zijn van korrelbeton. Deze wanden bevatten als toeslagmateriaal vergruisd puin in plaats van grind en zand en zijn eenvoudig af te breken.

Het schuine pannendak is van hout, het platte dak is een houten constructie met daarop een bitumen dakbedekking.

Bouwfysische problemen zijn vochtdoorslag, warmteverlies en gehorigheid. Door de beschreven bouwmethodiek ontstaat in de huizen geluidsoverlast. Door de buitengevel in het begin van de bouwperiode zonder spouw te bouwen is vochtdoorslag door de muren mogelijk. De slechte luchtdichtheid van de gebouwen ontstaat door metselwerkvoegen van lage kwaliteit maar ook door ontbrekende kierdichting tussen gevel en kozijnen.

Deze omschrijving gaat uit van de standaard, zoals er destijds gebouwd werd. Alle aanpassingen in de loop van de tijd kunnen van invloed zijn op het advies.

In deze bouwperiode zijn de bouwkundige kenmerken:

  • dragende woningscheidende wanden van steen of beton
  • stenen vloeren van holle baksteen of beton
  • verdiepingsvloeren vaak nog van hout op houten of betonnen balken
  • niet dragende binnenwanden van korrelbeton
  • dragende gemetselde buitengevel, gedeeltelijk met spouw
  • houten kozijnen met enkel glas
  • soms stalen kozijnen in trappenhuisgevel
  • de vloer van het balkon is niet ontkoppeld en vormt daardoor een koudebrug (warmtelek)
  • trappenhuis ontsluit meestal twee woningen per verdieping

Kansen voor energiebesparing

Er zijn in de jaren vijftig in snelle volgorde bouwsystemen ontwikkeld. Het is daarom zeker aan te raden onderzoek te doen naar de bouwmethodiek van uw woning voor een goed aansluitend advies.

Vloeren, gevels en daken

Om de warmtevraag te verlagen worden als eerste maatregel de bouwdelen geïsoleerd die in contact staan met de buitenlucht, de buitengevel, het dak en de begane grond. De buitengevel kunt u van binnen met isolatiedekens of hardschuimplaten isoleren of bij een voldoend brede spouw voorzien van spouwmuurisolatie. Een andere mogelijkheid is om de gehele buitengevel te vervangen voor een exemplaar met voldoende isolatie. Dit geeft naast de energiebesparing ook een nieuw uiterlijk van het complex. Check daarvoor de bouwregels van de gemeente en het huishoudelijk regelement van de VvE.

Voor het na-isoleren van de vloer is vooral de vloer van de eerste verdieping van belang: de scheiding tussen de onderbouw en de eerste woonlaag. U kunt het plafond van de bergingen isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten.

U kunt daken met een bitumen dakbedekking bij voorkeur van buiten isoleren om condensvorming te voorkomen. Als de bitumen laag nog niet aan vervanging toe is kunt u de isolatielaag op de dakbedekking plaatsen. Pannendaken met dakbeschot kunt u van binnen isoleren met isolatiedekens of hardschuimplaten. Als de zolderverdieping niet in gebruik is, kunt u op de zoldervloer beloopbare isolatie leggen.

Ramen

Voor het verbeteren van het isolerend vermogen van de ramen kunt u de bestaande ruiten vervangen door HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen plaatsen.

Energie

Installatietechnische maatregelen voor verduurzaming zijn afhankelijk van het huishouden en de ligging van het gebouw. Voor zonnepanelen en zonnecollectoren is een goede oriëntatie van het dak ten opzichte van de zon nodig met niet teveel schaduw van schoorstenen en bomen. Voor oude verwarmingstoestellen geldt dat ze een laag rendement hebben en daardoor veel energie verspillen. In de jaren vijftig portiekflat werd voor het eerste een centrale verwarming aangelegd, een oliegestookte blok- of wijkverwarming. De leidingen zijn vaak nog aanwezig. Ook zijn de verwarmingsinstallaties in de meeste gevallen vervangen voor een collectieve gasgestookte verwarming of een individuele VR-ketel. CV-ketels hebben een hoger rendement maar na 15 jaar is de vervanging voor een hoogrendementsketel aan te raden. Houd er wel rekening mee dat er een dubbelwandig kanaal nodig is voor rookafvoer en luchtaanvoer. Dit kan vaak getrokken worden in een bestaand rookkanaal. Als u verder wilt gaan met besparen kunt u mogelijk voor een nog duurzamere installatie kiezen zoals een HRe-ketel of een hybride warmtepomp.

Mogelijke maatregelen

Bij het verduurzamen van uw huis kunt u denken aan:

  • het isoleren van:
    - de buitengevel van binnenuit met spouwisolatie, nieuwe buitengevel of binnen isolatie met voorzetwand
    - een plat dak van buiten isoleren bij vervanging dakbedekking
    - een schuin dak van binnen of de vloer van de vliering (goed aansluiten op gevelisolatie)
    - begane grondvloer aan de onderkant
  • het plaatsen van HR++ of HR+++ glas of nieuwe kozijnen
  • het plaatsen van zonnepanelen op het dak voor elektriciteit
  • het plaatsen van zonnecollectoren voor tapwater (en verwarming – in combinatie met lage temperatuurverwarming, LTV)
  • het vervangen van oude verwarmingstoestellen voor een moderne zuinige HR107-ketel of verdergaande duurzame installatiesystemen. Houd daarbij rekening met de juiste kanalen voor aan- en afvoer van lucht en rookgas
  • het verduurzamen van uw woning door bouwkundige maatregelen te nemen die de luchtdichtheid van het gebouw verbeteren. Het is daarbij noodzakelijk goed te blijven ventileren om schimmel in de ruimte te voorkomen.

Welke maatregelen in uw huis mogelijk zijn en het beste werken, hangt af van de specifieke eigenschappen van uw huis. In overleg met een deskundige kunt u uw plannen verder uitwerken.